Kinderen

“Mijn kind heeft een te holle onderrug”, “ze zit/staat steeds op één bil/been, zwikt constant in de enkels, loopt sloffend en is snel moe”, “ik zie de bovenrug steeds meer krommen” of “ik zag een scheve rug tijdens het zwemmen”, “de schouders staan op verschillende hoogte”. Allemaal mogelijke redenen voor Oefentherapie bij kinderen.
Een kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Feit is dat zowel lichaam als bewegingspatroon tijdens de groei behoorlijk veranderen. Soms ontstaat daarbij een houdingsafwijking en ontwikkelt een kind een versterkte holle onderrug (lordose), versterkte bolle bovenrug (kyfose) of een scheve rug (scoliose). Snelle groei en ongunstig houdings- of bewegingsgedrag kan de holling, bolling of zijwaartse kromming versterken, met als gevolg klachten en/of scheefgroei.
Hedendaagse extra factor voor ongunstig houdings- en bewegingsgedrag bij kinderen is veelvuldig gebruik van laptop, tablet, smartphone en spelcomputers. Het is altijd het beste houdingsafwijkingen zo snel mogelijk te behandelen. Op jonge leeftijd is de wervelkolom nog soepel en gaat correctie van de verkromming makkelijker. Vooral een scoliose heeft de neiging te verergeren tijdens de groei. Meestal heeft een kind nog geen klachten bij constatering van deze afwijking, maar zijn sommige spieren te gespannen, te kort of te zwak. Toch is oefentherapie dan al wel zinvol.

Wat doet de oefentherapeut

De oefentherapeut Mensendieck maakt kinderen bewust van hun houding en manier van bewegen. Het aanleren van een goede lichaamshouding en soepele manier van bewegen voorkomt en vermindert klachten. Kinderen leren zoveel mogelijk spelenderwijs wat gezond bewegen is, met behulp van o.a. oefenballen, balanstol en spiegels. Bij de behandeling van een scoliose ligt de nadruk op het symmetrisch belasten, shiften en training van romp- en spierbalans.